Wat betekenen basisbereikbaarheid en basismobiliteit?
Voor een vlotte mobiliteit met het openbaar vervoer verdedigt Ringland het concept ‘basisbereikbaarheid’. Het concept ‘basismobiliteit’ daarentegen steunen we niet.
Bij basismobiliteit zou iedereen een bushalte moeten hebben op bv. 500 of 700 meter – remember wat Steve Stevaert als toenmalig Vlaams minister van Mobiliteit ooit verdedigde. Dat betekent dat bussen traag door zowat alle dorspkernen slingeren. Dat is echter inefficiënt en erg duur. Bovendien geeft het burgers een vrijgeleide om in eender welke uithoek te gaan wonen, want de mobiliteitsvoorzieningen zouden toch volgen. Dat is rampzalig voor de ruimtelijke ordening.
Basisbereikbaarheid daarentegen gaat uit van de vraag: ‘Waar bestaat een groot potentieel aan reizigers’. Het legt tussen enkele strategische ‘Hoppinpunten’ een snelle verbinding tussen grote kernen. De reiziger moet dus eerst naar dat Hoppinpunt stappen of fietsen en kan dan verder met een snelle bus. Hopelijk ontstaat daardoor ook meer verdichting (bewoning) aan de Hoppinpunten.
In mobiliteitsstudies komt de fiets naar voren als dé sleutel voor een geslaagd mobiliteitsnetwerk. Daarbij moet er aandacht zijn voor:
- fietsinfrastructuur: voldoende en veilige fietspaden, fietsstraten in de dorpen en gemeenten, enz.;
- fietstoegankelijkheid: een fietsbib waar kinderen een fiets kunnen ontlenen, fietseducatie, enz.;
- randvoorwaarden zoals veilige overdekte fietsenstallingen bij de Hoppinpunten bv., toegankelijke (verhoogde) haltes voor de bussen, enz.
De combinatie fiets + trein of fiets + (snel)bus kan zo de hele vervoerregio afdekken. Bovendien levert dat ook de meeste maatschappelijke baten op voor de volksgezondheid, vooral door een actievere bevolking.
De basisvoorwaarden voor de basisbereikbaarheid zijn echter nog niet vervuld. Betrouwbaarheid is zeker de belangrijkste. Daarnaast zijn voldoende Hoppinpunten met vlotte overstapmogelijkheden een absolute must.
Maar we kunnen ook niet verwachten dat iedereen gaat fietsen. Kwaliteitsvol Vervoer op Maat (VoM) zal daarom nodig blijven. De Vlaamse overheid werkt daar al aan met gesubsidieerde mobiliteitsoplossingen die een aanvulling zijn op het openbaar vervoer waar dat ontbreekt. Denk aan de flexbus (de vroegere ‘belbus’) en deelauto’s.
De doelstellingen, engagementen en budgetten moeten daarvoor evenwel nog dringend op punt gesteld worden. (21.01.2026)
- Lees meer over het decreet basisbereikbaarheid van de Vlaamse overheid en over Vervoer op Maat.