Blog

Erik over de paardentram anno 2022

vrijdag 21 oktober 2022
Erik Heylen.

Al jaren maakt Erik Heylen, lid van TreinTramBus en vrijwilliger bij Zorro, zich zorgen over de doorstroming van de trams in Antwerpen. Hij miste echter objectieve gegevens. Daarom zat hij de voorbije maanden uren op de tram, chronometer in de aanslag. Op elke tramlijn noteerde hij hoe en waar er tijd verloren werd. Zijn aanvoelen werd bevestigd: in Antwerpen ligt de gemiddelde snelheid van de elektrische tram tegenwoordig niet veel hoger meer dan de paardentram van 120 jaar geleden. Erik vertelt waarom en hoe hij zijn onderzoek deed.

In de ons omringende landen zien we intussen ontelbare voorbeelden van vlot openbaar vervoer. Maar de Vlaamse overheid lukt het niet om een kwaliteitsvol, klokvast en frequent openbaar vervoer aan te bieden dat een waardig alternatief vormt voor het privévervoer. Een van de belangrijkste klachten, zo niet de belangrijkste, is de slechte tot zeer slechte doorstroming van tram en bus en bijgevolg grote onregelmatigheden. Wanneer het aanbod van het openbaar vervoer onbetrouwbaar is, zal het nooit een volwaardig alternatief kunnen zijn voor het privévervoer.

120 jaar geleden

Op tal van fora werden met beleidsverantwoordelijken al uitgebreide discussies gevoerd over het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer. Tot op heden zijn de beloftes dode letter gebleven. Het is zelfs zover gekomen dat de verantwoordelijke schepen van de stad Antwerpen niet meer wil spreken over de commerciële snelheid van de trams.

In het boek De Antwerpse Tram. 1873 - 1979 van wijlen Eric Keutgens (destijds voorzitter van het Vlaams Tram- en Autobusmuseum en initiatiefnemer voor de bescherming van de tramloods Groenenhoek, red.) lezen we: ‘Voertuigen, voortbewogen met elektrische drijfkracht gaan sneller dan paardentrams. De snelheidswinst wordt geschat op 25 à 50% (een paardentram legt gemiddeld 8 km per uur af, een elektrische tram 16 km per uur).’ Vandaag haalt van de bovengrondse stadstramlijnen enkel tramlijn 1 nog de commerciële snelheid van 120 jaar geleden, of 16,7 km/u. De andere bovengrondse tramlijnen rijden veel trager, met tramlijn 11 als dieptepunt met slechts 10,7 km/u. Misschien baseert de huidige schepen van de stad Antwerpen zich op een beslissing van 21 maart 1887 die stelde dat er niet sneller gereden mocht worden dan 12 km per uur (E. Keutgens, p. 123).

Uit het boek 'De Antwerpse Tram. 1873 - 1979' van Eric Keutgens.
Verkeerslichten

In het recente verleden heeft de stad Antwerpen op enkele lichtengeregelde kruispunten in de binnenstad wijzigingen laten aanbrengen aan de verkeerslichtencyclus die rekening houden met de aanwezigheid van de tram. Die ingrepen waren punctueel en bijgevolg leverden ze geen verbeterde doorstroming voor het hele traject op. De Vlaamse overheid heeft in 2007 beslist om een studie te laten uitvoeren op het volledige traject van tram 15 tussen Mortsel-Gemeenteplein en Linkeroever-Katwilgweg. Het rapport vermeldde tal van verbeterpunten die zowel door het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), de stad Antwerpen als De Lijn dienden te worden uitgevoerd. Voor zover ons bekend zijn deze verbeterpunten nog altijd niet gerealiseerd. 

De Lijn volgt de doorstroming op door middel van gps-registraties. Dat zijn metingen van punt naar punt, zonder rekening te houden met wat er zich precies voordoet op deze wegvakken. Er wordt geen veldwerk uitgevoerd.

Nulmeting

Dat alles heeft mij ertoe gebracht om zelf over te gaan tot het uitvoeren van een nulmeting op alle tramlijnen. Daarvoor heb ik mij gebaseerd op mijn professionele ervaringen als werknemer bij de NMBS, mijn rijke verzameling door zelfstudie van informatie over buitenlandse openbaarvervoerbedrijven en de beperkte informatie die in Vlaanderen beschikbaar is.

De metingen kwamen tot stand door mee te rijden met de tram op alle lijnen en op verschillende dagen. Mijn conclusie: de Antwerpse tramlijnen worden geplaagd door een zeer hoog aantal verkeerslichten. Hoewel volgens de wegcode spoorvoertuigen voorrang hebben, worden ze daardoor ondergeschikte voertuigen. Nochtans zitten er in één tram veel meer mensen dan in een hele lange autofile.

Met mijn methodiek meen ik een objectieve weergave te hebben verkregen van de reistijden van de trams op het grondgebied van de stad Antwerpen. Het is mijn overtuiging dat met die nulmeting eindelijk de basis gelegd is om op een aantoonbare manier alle wijzigingen te beoordelen die door de overheid worden doorgevoerd. Alle details van mijn onderzoek zitten opgeslagen in een Excel-bestand en zette ik op een kaart. Ik stel mijn werkwijze graag ter beschikking aan iedereen die er gebruik van wil maken om met kennis van zaken standpunten in te nemen.

Volgens de wegcode hebben spoorvoertuigen altijd voorrang.

Erik Heylen is lid van de reizigersorganisatie TreinTramBus en vrijwilliger bij Zorro, het burgerplatform van Ringland voor de modal shift. 

Op de blog van Ringland vertellen vrijwilligers over wat er leeft voor en achter de schermen van de burgerbeweging. Ben jij ook geïnteresseerd om mee te draaien? Mail naar info@ringland.be of zorro@ringland.be.